De Belofte

Als ik dood ben, ga ik niet naar de hemel

Als ik dood ben, dan blijf ik bij jou

Zoek een hoekje, genesteld in je lichaam

En blijf je daar, zolang je leeft, zelfs in gedachten trouw


Als het morgen wordt zal ik je wekken

Met de zon op je gezicht, al jaagt de regen door de straat

De tafel voor ‘t ontbijt zul je zelf moeten dekken

Maar ik kijk naar jou want ik zit dan op de stoel die naast de jouwe staat


Als je buitenkomt zul je me herkennen

In iedere argeloze vlinder, iedere roekeloze kraai

Ik ben het zonlicht op het koren, het blauw boven de vennen

Ik streel je haar als ik met de wind mee waai


Ach, een ander, er komt beslist een ander

Maar ‘t is goed, ik trek me tijdelijk even terug

En misschien kijk ik heimelijk mee over z’n schouder

En sla met jou mijn nagels in zijn rug


Als ik dood ben, ga ik niet naar de hemel

Er liggen daar geen dingen in ‘t verschiet

En dan wandelen we samen, eens per jaar naar ‘t kerkhof

Want ik lig daar wel, maar ik ben er niet


Als ik dood ben, ga ik niet naar de hemel

Het leven daar heeft geen enkele zin

Nee, ik blijf hier, al zou ik moeten dwalen

Zonder jou..

Zonder jou ga ik de hemel niet in