De Zee! De Zee!

Midden in de groene polder
Vaart ineens een heel groot zeeschip
Dat een verre reis begon tussen koeien
Die staan grazen in de ondergaande zon
IJmuiden, de sluizen, de gouden horizon
En op de dijk een kleine jongen
Rijdt op de fiets een eindje mee
Denkt wat alle kleine jongens denken
Die een schip zien gaan naar zee

    De zee, oh neem me mee naar zee
    De zee, de zee, oh neem me mee naar zee

Straks is al het groene weiland
Onafzienbaar donker water
Het land, het land verleden tijd
En de lichten van IJmuiden
Raken in het oosten kwijt
Varen is steeds afscheid nemen
Onderweg zijn voor altijd
Maar kleine jongens worden groot
En dromen groeien zelden mee
Toch blijven alle mannen kleine jongens
Als een schip vertrekt naar zee

    De zee, oh neem me mee naar zee
    De zee, de zee, oh neem me mee naar zee

    De zee, oh neem me mee naar zee
    De zee, de zee, oh neem me mee naar zee


Maar kleine jongens worden groot
En dromen groeien zelden mee
Toch blijven alle mannen kleine jongens
Als een schip vertrekt naar zee
Oh neem me mee naar zee

De zee, de zee
Oh neem me mee naar zee
Oh neem me mee naar zee