Kerstmis van Weleer

Om vier uur is ´t al donker, je voelt de kou
nú pas
je krijgt je wollen wanten en ´n krant onder  je jas
want moeder bakt een tulband, en vader die is  ziek
dus jij moet naar ´t kerkplein voor een  boompie van een piek
´n kleintje, maar geen kale, en haal kolen voor  de haard
en de ballen van de zolder, en Jezus terug op  aard

kerstmis van weleer
in je arme, arme stal
je geloofde nog in wonderen
want die zag je overal
Oh kerstmis van weleer
in die warme, rode gloed
de oorlog is net over
en de mensen zijn weer goed

`t zilver moet je poetsen en ´t glas heet nu kristal
´t staat maar net op tafel of daar gaat de deurbel al  oom en tantes, neven nichten, vader boven,  die blijft ziek
dus jij moet aan de radio op zoek naar  kerstmuziek
en je nieuwe trui die kriebelt en je schoenen  zijn te nauw
maar aan de boom hangt Gabriël te knipogen naar  jou

kerstmis van weleer
in je arme arme stal
je geloofde nog in wonderen
want die zag je overal
oh kerstmis van weleer
in die warme rode gloed
de oorlog is nu over
en de mensen zijn weer goed

vlak voor ´t onze vader komt ons vader naar
benee
hij gelooft niet meer sinds Hitler maar bid  toch zachtjes mee
want vrede is op aarde en oom Kees, al was ie  fout
heeft Here Jezus meegebracht,  zelfgemaakt van hout
En Droste chocolade, ach een kinderhand is  klein
meer heb je niet nodig, om gelukkig te zijn...

oh kerstmis van weleer
in je arme arme stal
je geloofde nog in wonderen
want die zag je overal
oh kerstmis van weleer
in die warme, rode gloed
de oorlog is nu over
en de mensen zijn weer goed
kerstmis van weleer
in je arme arme stal
je geloofde nog in wonderen
want die zag je overal
oh kerstmis van weleer
in die warme, rode gloed
de oorlog is nu over
en de mensen zijn weer goed