Nowell

In de herberg in die tijd, mens en dier, iedereen
sliep met honderden samen in een zaal bijeen
dus zij wezen haar een stal, stil en vredig  genoeg
om het kindje te baren dat zij in zich droeg
Nowell, Nowell, Nowell, Nowell
kindje, ooit koning van Israel
In de stal de warme gloed : os en ezel tesaam
oh zij zagen het wonder en hoorden zijn naam
in het engelen gezang, bij het licht van een ster
dat dit kindje moest vluchten zo snel en zo  ver
Nowell, Nowell, Nowell, Nowell
kindje ooit koning van Israel

In Judea in die tijd heerstte angst voor de macht
de verlosser daarvan werd geboren die nacht

oh kindje in je krib, wie kent niet jouw lot
slaap nu in onschuld nog zo dichtbij God

Nowell, Nowell, Nowell, Nowell
kindje, ooit koning van Israel

oh kindje in je krib, in de stille kerstnacht

slaap nu in onschuld en Hij houdt de wacht

Nowell, Nowell, Nowell, Nowell
kindje, ooit koning van Israel
Nowell, Nowell, Nowell, Nowell
kindje, ooit koning van Israel