Twee maal Een

Af en toe
dan zijn we zo dicht bij elkaar,
alsof we echt met huid en haar
niet twee maar een zijn, even maar.

Een deel van jou
blijft altijd onbekend terrein.
Hoe dicht bij jou ik ook wil zijn,
we blijven alletwee onszelf.

Want twee is altijd één plus één,
van jou en mij maar één,
ieder één, altijd één.
Twee is altijd één plus één
en hoe je rekent ook,
één blijft één, één alleen.

En in jou
wil ik zoveel dingen zien,
die niet echt bestaan misschien.
Of zie jij ze ook in mij?

En ik droom
dat ik alles met je deel,
maar buiten ons is er zoveel
voor jou en mij alleen.

Want twee is altijd een plus een...
en iedere helft is weer
één alleen, altijd alleen
Twee is altijd één plus één
en hoe je rekent ook,
één is één, één alleen

En ik droom
dat ik alles met je deel,
maar buiten ons is er zoveel
in jou en mij alleen.

Want twee is altijd één plus één,
van jou en mij maar één,
ieder één, altijd één.
Twee is altijd één plus één
en hoe je rekent ook,
één blijft één, één alleen.

Twee is altijd één plus één
en iedere helft is weer
één alleen, altijd alleen
Twee is altijd één plus één
en hoe je rekent ook,
één is één, altijd één...