Wie

Wie is als de zon die alles ziet

Zowel de vreugde als verdriet

Zowel ondeugend als verheugend hypocriet

Wie is als het zoet in zomerzang

Als zomersproet een winter lang

Maar ook de bron van pijn en angst

Zowel het alles als het niets


Wie is zowel belle als het beest

Zowel de kater als het feest

Zowel een wezen uit de hemel als de hel

Wie is zowel einde als begin

Zowel de vijand als vriendin

Zowel je last als lieveling

Je metgezel


Zij, kijkt altijd weer zo gelukkig om zich heen

En dan weer lijkt ze louter en alleen

Maar dat gaat nooit zo openbaar, nee

Zij is veel te mooi om zomaar waar te zijn

Maar als de dood om niet bij haar te zijn

Blijf ik geloven

In haar jaar na jaar


Zij heeft me geraakt tot in de kern

Heeft me gemaakt tot wie ik ben

En ik erken mijn ziel en zaligheid is zij

Wij, wij zien het wonder van dichtbij

Alleen verbonden zijn we vrij

Ik doe geen stap meer van haar zij

Mijn hele leven dat is zij

Zij, mm, zij